Eindelijk weer eens een blogje geschreven, al was het maar om mijn verbazing te kunnen uiten over het fenomeen watersport. Zoals de mensen die mij op Facebook of Hyves af en toe volgen weten, ben ik sinds ik mijn liefje heb leren kennen ook ingewijd in de watersport, al was het maar omdat mijn schoonouders een motorjacht van bijna 11 meter aangemeerd hebben liggen aan een uniek stukje griend in een zijtakje van de Bergsche Maas.
De Bergsche Maas, waarop wij vanaf dat stuk grond een vrij uitzicht hebben, biedt voor zowel beroepsvaart als watersporters een prachtig brede, zij het een beetje saaie, rivier, waarop geen restricties lijken te gelden waar het gaat om snelheid, geluidsproductie of gedrag.
Nu zijn er uiteraard wel een aantal spelregels die gelden als je gebruik maakt van het water in Nederland, en die zou je als het goed is ook moeten hebben geleerd tijdens het halen van je vaarbewijs. Tot zover zou het dus moeten kloppen, echter, gelijk het wegverkeer, lijkt daar ook elke vorm van vergelijkbaar gedrag op te houden.
Als ik me beperk tot de groep mensen die voor hun plezier aan watersport doen dan kan je die grofweg in een aantal groepen indelen. Namelijk meestal wat oudere mensen die een motorjacht hebben gekocht omdat hun huis is afbetaald, hun kinderen de deur uit zijn en ze geen zin hebben om in een sta- of tourcaravan op een of andere saaie camping te gaan zitten en dus met een gezapig gangetje over de rivieren toeren, of die hun schip zelf hebben gebouwd. Verder de mensen die een zeilboot of -jacht hebben, en als het een beetje lukken wil op windkracht de Bergsche Maas al laverend nemen, en tot slot de snelheidsmaniakken.
Die laatste groep deel ik voor het nette nog even onder in de mensen die een snelle boot hebben om hierachter te kunnen waterskieën, of de kids op een of andere drijvende constructie over het water te kunnen sleuren, en er is de groep eigenaren van wat ik noem “macho” boten met heel veel spierballen, letterlijk en figuurlijk, vaak aangevuld met verwekte jeugd (mag ik irritante pokkenjong roepen?) voorzien van veel te snelle jetskies of waterscooters, die met idiote snelheid niet alleen de rivier, maar ook de havens onveilig maken.
Met name bij de laatste groep booteigenaren vraag ik me af en toe af waarvan zij hun hobby kunnen betalen, want als ik weer eens zo’n kaalgeschoren en volgetattoeëerde sportschoolkleerkast voorbij zie blazen in een speedboot die nieuw een tonnetje of drie kost, en met tweemaal 1000 Pk onder dek ook goed is voor een litertje of 500 benzineverbruik per uur, terwijl ze volgas, gelijk een soort moderne gemotoriseerde Mozes, het water van de Bergsche of Oude Maas bijna letterlijk in tweeën splijten, dan kan het niet anders dan dat die iemand deze dure hobby kan betalen klaarblijkelijk.
Laat ik voorop stellen dat ik niets heb tegen sportschoolkleerkasten met tattoes, want voor hetzelfde geld zijn dit mannen die doordeweeks hardwerkende ondernemers zijn die terecht veel geld verdienen, en dientengevolge ook een dergelijk geldzuipend monster over de Maas kunnen laten stuiven. Maar aangezien het er wel erg veel lijken te zijn, kan ik enige vorm van verbazing niet onderdrukken.
Ik sprak recent een jachtbouwer, die deze winter het schip van mijn schoonvader qua romp eens goed en modern onder handen gaat nemen, en die vertelde mij dat het in watersportland qua recessie nog aardig nagonst. Hij doelde hierbij op mensen die een luxe jacht of speedboot hebben gekocht op een dikke lening, en die nu inmiddels het schip niet meer kunnen onderhouden en varen, en bovendien ook niet verkopen omdat er nog teveel geld van de bank in die boot zit. Vergis je niet wat jachthavens als Drimmelen inmiddels jaarlijks rekenen voor een ligplaats en een walaansluiting voor je stroom. Tja, moet ik dat nou zielig vinden of een lange neus trekken naar deze mensen, die klaarblijkelijk toch op iets te grote voet hebben gevaren? Ik neig erg naar het laatste, want het is toch een specifieke groep mensen die menen dat je de langste, grootste, hoogste, vetste, snelste of duurste boot in de haven moet hebben liggen om erbij te horen. Ik zie namelijk ook heel veel oudere stellen die na hun pensioen ook enkele tonnen voor een mooi groot motorjacht hebben uitgegeven, maar die dit waarschijnlijk op papier op een heel andere manier kunnen betalen dan de vele dertigers met een te grote of te snelle boot.
En waar hoor je dan bij? Ik wil het wel opschrijven hoor. Je hoort dan bij een groep mensen met een prachtig jacht of prachtige speedboot, dat meer heeft gekost als de eengezinswoning waarin men woont, en dat meer brandstof lust dan het gehele wagenpark in de wijk waarin men woont. Als je bij de bunkerboot in Drimmelen je schip voltankt en je mag vervolgens even 5500 euro aftikken voor die 4000 liter diesel, of nog erger je speedboot mag volklokken (meestal rond de 1000 a 2000 liter) met gewone Euro95 a 1,70/liter, dan moet je of een heel goed inkomen hebben, of eerlijk toegeven dat je het eigenlijk niet kan betalen, of dat het geld ervoor uit wellicht iets wazige bronnen afkomstig is. Als je dan eens kijkt hoeveel boten er in Drimmelen liggen die nooit meer van de aanlegsteiger los komen om deze reden, en hooguit loskomen omdat ze door de bank worden verkocht, dan kan je niet anders concluderen dan dat het egostrelende deel van de watersporters voor een groot deel ook gebakken lucht en klatergoud is. Het “snelle, exclusieve en veel te dure auto gaan rijden” syndroom wat veel mannen hebben ter compensatie van een te kort piemeltje spookt hierbij door mijn hoofd.
Ik hoor u roepen, en jullie dan met je motorjacht aan een stuk privégrond aan de Bergsche Maas?
Tja, het stalen motorjacht “Hermine” van mijn schoonouders heeft inmiddels 50 jaar geschiedenis achter haar kiezen en is in 1961 begonnen als een stapel plaatstaal van 3000 gulden, een lasdiploma, een bouwtekening en al even zoveel jaren de oneindig vele uurtjes bloed, zweet, tranen en toewijding van mijn schoonvader, die dit schip zelf heeft gebouwd en tot voor kort ook altijd zelf heeft onderhouden. Een dergelijk “goedkoop” schip veilig en roestvrij in de vaart houden kost momenteel al zo’n 3000 euro per jaar (elke vijf jaar uit het water, schrappen etc…), en daar komt dan je brandstof nog bij.
Maar over dat laatste kunnen we dan wel weer lachen, zeker als je weer eens zo’n brandstofslurper voorbij ziet stuiven, want met een verbruik van 6 liter diesel per uur bij een kruissnelheid van 12 km/uur kan je op die 180 liter die er helemaal ingaat het hele seizoen lekker op je gemakje genieten van de vrijheid en de rust die een schip je op het water biedt. Dan denk ik alleen nog maar… Goh, wanneer zou de overheid erachter komen dat men op het water van Nederland nog een geheel onontgonnen gebied heeft met drijvende melkkoeien, want ik zou het niet vreemd vinden dat de overheid in een poging meer geld af te romen al die tonnen kostende schepen eens zou checken op de geldbronnen, om over het brandstofverbruik nog maar te zwijgen. Lees me overigens niet verkeerd, want ook ik vind het geweldig om zo’n origineel gebouwde Italiaanse houten speedboot, van een paar ton, met twee Ferrari V-12′s met veel kabaal over de rivier te zien scheren, maar ik geef ook direct toe dat ik, ondanks een niet verkeerd inkomen, dat nooit van mijn leven zou kunnen betalen.
Ik vrees dat de jachthaven van Drimmelen wel eens heel leeg zou kunnen worden als mocht blijken dat de meeste witte schepen die daar aan de kant liggen wellicht met zwart geld zijn betaald, maar dat is uiteraard een gokje mijnerzijds wat ik niet hard kan maken.
Ik wens al mijn medewatersporters tenminste net zoveel plezier met hun schip op het Nederlandse binnenwater toe als wij eraan beleven, en een beetje beleefdheid, coulance en vriendelijkheid jegens elkaar draagt daar zeker aan bij.