Renault no no no

Wellicht vraagt u zich af waarom ik in het onderwerp reclame maak voor een automerk? Helaas, niets is minder waar, want het is hoog tijd om eens lekker azijn te pissen over dit merk. En waarom? Omdat het kan en wij zo’n klerending voor de deur hebben staan.

Voor de intimi van de schrijver zal het vanzelfsprekend zijn dat hij hierover een goed onderbouwde mening zou kunnen hebben, komende uit een gezin waarvan zowel vader als broertje een carriere in de automobielindustrie achter de rug hebben.

Was de algemene consensus ten tijde dat ik rond de rijbewijsleeftijd was dat je nooit een Franse auto moest kopen omdat “ie al roestte in de folder”, ook de term “met de Franse slag” iets doen blijkt gestoeld op meer dan de fantasie van de schrijver dezes, en gebaseerd op de nuchtere waarheid.

Eén ding mag je de Fransen meegeven, en dat is hun gevoel voor innovatie, styling, opzienbarende technologie en markante vormgeving. Denk even terug aan de Citroën “snoek” DS, met zijn verschillende wielbasis voor versus achter, hydraulisch veringssysteem en op de duurdere modellen toen al meekoekeloerende koplampen, daar waar de concurrent nog bezig was met een broodtrommel met stoelen, stuur en een vier-cylinder lijnmotor die meer olie dan brandstof verstookte.

Ook Renault heeft zeker de laatste series auto’s een sterke attractie gehad op het publiek vanwege markante lijnen, bijna erotische achterkanten en veel electronica. Dat was dan ook de reden dat mijn lief een jaar of vier geleden koos voor een splinternieuwe goudblonde Renault Megane CC (de hardtop versie). Eerlijk gezegd heeft deze auto zelfs op mijn erogene zones de nodige uitwerking, want met een uitdagende kont en strakke lijnen zowel open als dicht is het op het oog een snoepje van een auto, wat voor 32 mille in euro overigens wel mag ook.

En dan blijkt het “Franse slag” principe in het ontwerp van de Renault boven te komen, want heb je wel eens een koplamp gewisseld van een Megane? Nee? Nou, pak je boekje er maar bij en verbaas je over de instructie, die begint met “verwijder het voorwiel aan de kant van de kapotte lamp”. Jawel, Renault heeft zoveel klerenzooi onder de motorkap gepropt dat de enige manier om uw halogeenlampje te bereiken, een luikje in de wielkast is, waarna je alsnog kabouterklauwtjes en ogen op je vingertoppen moet hebben om deze missie binnen 45 minuten te volbrengen. Het advies van Renault is…. kom naar de dealer en voor 65 euro wisselen we het lampje wel voor u, wetende dat je meestal binnen een maand voor de andere lamp aan de beurt bent.

En dan valt het kwartje, na zo’n advies. Renault bouwt auto’s die qua onderhoud meer opleveren dan tijdens de verkoop lijkt het, want verdomd, alles wat kapot kan gaan, gaat ook kapot aan zo’n barrel. Uiteraard is het hardtop dak eveneens een wonder van electrisch, hydraulisch en mechanisch vernuft, en als je op de middenconsole het knopje “dak open” indrukt sta je elke keer weer verbaasd dat de vele klepjes en zaken die achter je gebeuren elkaar maar nauwelijks missen, tijdens het wegfrommelen van het gehele glazen dak onder de kofferdeksel, dat is….. als het goed gaat. Want ook daar breken soms delen van het koetswerk spontaan af omdat ze net niet snel genoeg uit de weg zijn gekomen of zo, en gaat de euroteller weer lopen.

Toppunt van technologische bagger in deze auto zijn de motoren van de electrische ramen, die volautomatisch naar beneden gaan als het dak wordt ingevouwen, om te voorkomen dat ze stuk gaan. Om al dat vernuft te besturen heeft Renault in haar oneindige onbenul besloten om op elke motor een soort minicomputerchip te monteren die dat allemaal regelt. Echter Renault is vergeten dat er bij ramen over het algemeen wel water of condens naar beneden loopt, en je er dus voor moet zorgen dat die chip enigszins beschermd is daartegen. Nou, u kunt het raden, niet dus. Na even vier jaar fikt de ene na de andere chip op zo’n motor uit, en blijven je ramen te pas en te onpas open staan, en da’s niet handig als je in Rotterdam en omstreken woont, reist en parkeert.

Nu komt de Renault mentaliteit, of moet ik eigenlijk zeggen arrogantie, pas goed boven water, want Renault vindt dat dit niet onder garantie valt. Dus mag je die chippen door de garage op eigen rekening laten vervangen. En dan komt het hele addernest pas boven water, want die chippen worden niet los geleverd, maar komen alleen compleet met bijbehorende motor (die nooit stuk gaat). Ergo, usio, conclusio, mag je dus rond het vierde levensjaar voor je Megane CC, maar zeker ook bij andere modellen, rekening gaan houden met 370 euro exclusief 2,5 uur montagekosten, want alle vier de ramen gaan kapot, althans het chipje wat mogelijk een paar tientjes zou kosten. Dus opgeteld zit er een kleine 2000 euro kosten minimaal op de Megane CC rijder te wachten, tenzij je het wellicht zelf doen kan.

Onze Renaultdealer is overigens net zo boos als wij hierom, en heeft de volgende truc uitgehaald. Je neemt de chip van een Renault Laguna, die identiek is, van een motor van een Laguna af (die niet past) en zet die in de Megane erin. 15 minuten werk, maar wel de kosten voor de overigens goedkopere Laguna raammotor, dus voor “slechts” 330 euro incl montage per raam ben je klaar.

Het is uiteraard te schofterig voor woorden dat Renault dat chipje niet los levert, zelfs niet wenst toe te geven dat dit de zoveelste designflaw in een uiterlijk mooie auto is, en dat je dus bijna een complete auto moet betalen voor een ventieldopje aan materiaal.

Renault, een bedrijf wat in de F1 minimaal 250 miljoen per jaar uitgeeft aan ontwikkeling van hun raceauto’s, die een Spaanse ex-wereldkampioen en een wannabee Neder-Braziliaan miljoenen aan salaris uitbetaald, en die zijn productiemodellen dermate slecht uitontwikkelt dat de consument aan het langste eind trekt. Daarbij zijn de prestaties van het F1 team net zo matig als de kwaliteit van hun auto’s, wat dat betreft, Google eens op “Renault problemen”…. je schrikt je een ongeluk.

Nee, uit dit epistel blijkt dus dat de looks wel aardig zijn, maar het uiteindelijk gaat om een betrouwbaar innerlijk, iets waarin de Duitsers en zeker de Japanners elk Frans merk categorisch de baas zijn.

Ik ben dan ook blij dat na een zeer betrouwbare Zweed (van Ford blijkt) mijn volgende auto weer een echte Japanner is, en wellicht dat we de Renault no no no, als het even kan aan een onwetende koper slijten, iemand die voor het geile kontje van die auto gaat, want dat…… is een ding wat er zeker op zit.

Dit bericht is geplaatst in Mannen, Opmerkelijk, Overigen met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>